Terugblik concert 26 september 2020

Henriette Feith & Maurice Lammerts van Bueren - 26 september 2020

Eindelijk weer een liveconcert.

Eindelijk. Na meer dan een half jaar vond er eindelijk weer een Vrienden van het Lied-recital plaats in de afdeling Utrecht. Robert Koch, de contactpersoon, had gelukkig een locatie gevonden, die voldeed aan de corona-richtlijnen. Het concert vond plaats in de Maria Christina Kerk in Den Dolder. Sopraan Henriette Feith en pianist Maurice Lammerts van Bueren brachten hun programma Who needs the Band met orkestliederen, die door de componisten zelf ook geschreven zijn voor zangstem en piano. De kerk was op een veilige en prettige manier gevuld met bijna vijftig bezoekers. Er waren niet alleen leden van de afdeling Utrecht, maar ook uit de naburige regio’s en zelfs uit Alkmaar en Twente. Er is duidelijk behoefte aan live-concerten.

Voor het concert begon, stond Maurice Lammerts van Bueren even stil bij het overlijden van Aat Klompenhouwer een dag eerder. Hij roemde diens enthousiasme en tomeloze inzet voor het lied. Aat kende iedereen in de vereniging en was zeer geliefd bij de solisten. Henriette en Maurice droegen hun concert op aan Aat en besloten geen toegift te geven. Het laatste stuk, Knoxville: Summer of 1915 van Samuel Barber, was een waardige afsluiting.

Het duo opende het programma met vier liederen uit de Chants d’Auvergne van Canteloube. Deze componist heeft honderden Franse volksliederen verzameld en is vooral bekend gebleven door zijn collectie liederen uit de Auvergne, fraai gezet voor zangstem en orkest. Henriette en Maurice namen het publiek direct mee naar de wereld van Canteloube met zijn lyrische volksmelodieën en briljante arrangementen. De luisteraars konden genieten van vrolijke taferelen en volkse wijsheden, verpakt in muziek met een gouden strik. De driedelige cyclus Shéhérazade van Maurice Ravel sloot hier perfect bij aan door zijn sprookjesachtige sfeer. Met verbazing en bewondering heb ik met name bij het eerste lied Asie geluisterd naar de pianist. Maurice toverde een rijk kleurenpalet uit de vleugel. Met zorgvuldig pedaalgebruik en een goede articulatie – ook pianisten moeten goed articuleren! – maakte hij slim gebruik van de overakoestiek van de kerk. De dynamische reikwijdte werd hierdoor uitvergroot evenals de klankkleuren. Henriette wist met haar heldere stem en duidelijke dictie ook profijt te trekken van de ruimte. Ik heb het orkest geen moment gemist.

Na twee Franse componisten volgden twee Amerikaanse componisten. Henriette Feith lichtte A simple song van Bernstein toe en vertelde daarbij over de bijzondere ontstaansgeschiedenis van de Mass, waar dit stuk uitkomt. In deze theatrale mis liet Bernstein al zijn vaardigheden als muzikale omnivoor horen met klassieke muziek, populaire stijlen als jazz en rock, kerkmuziek en Broadway. In dit ogenschijnijk simpele lied toonden Henriette en Maurice ook hun veelzijdigheid als musici. Het publiek werd er stil van.

Het lied van Barber werd ook toegelicht door Henriette. Ze legde uit hoe de schrijver James Agee met de tekst was omgegaan en waarom het Samuel Barber zo aansprak. Het is een nostaligisch lied, waarin herinneringen aan de jeugd centraal staan. Met het mooie wiegende openingsmotief zette Maurice meteen de toon. De dromerige muziek houdt even aan, maar wordt opeens onderbroken door een heftig gedeelte met harde harmonieën en grillige sprongen. Deze afwisseling herhaalt zich een paar keer in dit lange lied. Henriette wist samen met Maurice het publiek een vol kwartier aan zich te binden. Haar hoge zachte tonen klonken fantastisch in de kerk en in het naspel riep Maurice nog eens de droom op en liet die langzaam vervliegen. Het was een mooi besluit om dit concert op te dragen aan Aat Klompenhouwer en het getuigde van groot respect om na dit werk van Barber geen toegift meer te geven. Zo kon iedereen blijven dromen en herinneringen koesteren aan gouden tijden.

Dinant Krouwel
lid afdeling Utrecht