Terugblik 18 juni

Hanneke de Wit-Reinild Mees

Een war(m)e traktatie

Tijdens de twee jaren van corona-maatregelen slaagde de afdeling Nijmegen er in om toch enkele recitals te organiseren in de Petruskerk in Hees en de kleine zaal van Concertgebouw De Vereening in Nijmegen. Nu kan dan eindelijk ook weer een huisconcert. Ondanks de hitte brengt het duo – sopraan Hanneke de Wit en pianist Reinild Mees – door het publiek met applaus gesteund, het volle programma. Een ware traktatie.

Duitse dichters vormen de rode draad in het programma. Bij de eerste liederen van Mendelssohn is meteen duidelijk: hier is een specialist aan het werk. Hanneke de Wit heeft Germanistiek gestudeerd en etaleert een grote affiniteit met de Duitse taal. Aan de interpretatie van de liederen ligt een doorwrocht begrip van de tekst ten grondslag. Elk woord, elke lettergreep is verstaanbaar. En de perfecte dictie gaat niet ten koste van de klank, van de hoge frequenties waarvan het oor smult en die als Flügeln des Gesanges de stem tot ons dragen.

Grieg raakt tijdens zijn studie in Leipzig vertrouwd met de Duitse literatuur. Zijn opus 48 is weliswaar gecomponeerd in het Noors, maar deze liederen kunnen evengoed op de tekst van de Duitse gedichten uitgevoerd worden. Op een of andere manier maakt het verschil te luisterden naar een oorspronkelijke tekst en niet naar een vertaling.

Van Brahms volgen vier bekende liederen, allemaal pareltjes. Met een zo ingeleefde en overtuigde voordracht van Von ewiger Liebe, slaagt dit duo voor elke test.

De vier Tsjaikovksy liederen zijn eveneens gebaseerd op Duitse gedichten. Een lied vraagt ‘waarom?’. Jules de Corte weet het: ‘daarom zijn de bergen zo hoog’, voor Bob Dylan is ‘the answer blowing in the wind’, maar in het gedicht van Heine is er geen antwoord: ‘Warum sind denn die Rosen so blaß, Warum verließest du mich?’ Een open vraag, die bij Tsjaikovsky verwordt tot een aanklacht, een schreeuw: ‘Otchevo?!!’ Het Russisch roept een andere, geheel eigen klankwereld op, waaraan ook de piano deelheeft: grommen en ronken, melodie en harmonie, de pianiste haalt alles uit de kast en doet vergeten dat er toetsen worden aangeslagen.

Na een korte pauze – ‘even wat dieren halen’ – komen de dames weer binnen met Trijntje Fop (Johannes Röntgen) in gezelschap van de geit met haar œuf de chèvre; de kater dromend van een muis met rode nopjes op z’n staart; het kalf van de Kalfjeslaan, en – gebracht als een korte opera-scène – de door bijziendheid geplaagde brilslang die in de Parijse Folies Bergère vraagt of er al doelpunten zijn geweest.

Met de toegift Du sollst der Kaiser meiner Seele sein (Robert Stolz), is het publiek de koning te rijk. Mis het niet, als dit programma nogmaals op de VvhL-agenda staat.

Mehr, 26 juni 2022
Derk Bunschoten